20 juni

ARTICA-studie: sneller de juiste zorg

De Eerste Hart Hulpen stromen vol met patiënten met pijn op de borst. Terwijl lang niet iedereen deze specialistische zorg nodig heeft. De ARTICA-studie is erop gericht om mensen met een laag risico niet naar het ziekenhuis te brengen, maar in de eerstelijn te helpen. Arts-onderzoeker Joris Aarts (Cardiologie Radboudumc): ‘Binnen 14 minuten kunnen we een hartinfarct uitsluiten.’

 

Sinds 1 maart 2019 is de ARTICA-studie gestart. Een samenwerking tussen de afdelingen Cardiologie van het Radboudumc en het CWZ en de ambulancedienst RAV Gelderland-Zuid. Daarnaast zijn huisartsen vanaf het begin betrokken. De studie gaat over mensen met pijn op de borst die een laag risico hebben op een acuut coronair syndroom. Het doel van de studie is om te onderzoeken of het kosteneffectief is om de zorg voor deze mensen bij hun eigen huisarts of bij de huisartsenpost te laten, met behoud van de kwaliteit van zorg. Dat is een alternatief voor de standaardprocedure op dit moment: ze meenemen naar de Eerste Hart Hulp (EHH).

 

Nieuwe diagnostiek
Onderzoeker Aarts legt uit hoe het werkt: ‘We hebben het ambulancepersoneel geschoold om gebruik te maken van een risicomodel, de HEART-score. Een onderdeel daarin is het meten van troponine. De ambulances in de regio zijn uitgerust met een Troponine-apparaat. Door bloed te prikken kunnen we bevestigen of mensen inderdaad binnen de laag-risico categorie vallen. De mensen hoeven dan niet met de ambulance naar het ziekenhuis. Ze worden verwezen naar hun huisarts of de huisartsenpost.’

 

Blik in de toekomst
Het onderzoek duurt zo’n 2,5 jaar. In totaal willen ze 866 mensen laten deelnemen. Toch kijkt Aarts graag in de toekomst. ‘Deze vorm van diagnostiek heeft veel voordelen voor de patiënt. Allereerst is er sneller duidelijkheid. Met het troponine-apparaat kunnen we binnen 14 minuten een hartinfarct uitsluiten bij patiënten met een laag risico volgens de HEART-score. Daarnaast vinden veel mensen het prettig dat ze bij hun eigen huisarts terecht kunnen. Die kan bovendien de patiënt beter helpen als er geen sprake is van een hartinfarct. Een huisarts kijkt namelijk breder als er geen sprake is van een acuut coronair syndroom: wat is er dan aan de hand?’

 

Minder druk op de EHH
Ook de Eerste Hart Hulpen hebben hier voordeel van. Aarts: ‘De druk op de EHH is groot. Steeds vaker hebben EHH’s opnamestops door de drukte, waar de patiënt die deze zorg echt nodig heeft weer de dupe van is. Daarom kwam de Nederlandse Zorg Autoriteit (NZa) in 2017 met een aanbeveling om de triage te verbeteren. Die handschoen hebben we opgepakt.’

 

Positieve reacties
Het onderzoek is op dit moment drie maanden bezig, vanaf 1 maart 2019. Huisartsen zijn van tevoren geïnformeerd of ze worden bijgepraat door het ambulancepersoneel. ‘De huisartsen staan hier open voor, ze zien de winst,’ vertelt Aarts. ‘En ook patiënten zijn enthousiast. Ze krijgen in de ambulance de keuze of ze wél of níet mee willen werken aan de studie. Bijna iedereen doet mee. Vervolgens trekken ze een lootje (randomisatie) of ze naar het ziekenhuis gaan óf worden geprikt op troponine. Ik bel alle patiënten nog even na. Sommige patiënten geven aan dat ze het jammer vinden dat ze niet geprikt werden, omdat achteraf bleek dat ze thuis hadden kunnen blijven.’