15 maart 2022

Gezamenlijke reanimatieregistratie: inzicht in de keten van overleving

De overlevingskans bij een hartstilstand is mede afhankelijk van de acties die worden uitgevoerd: de snelheid waarmee de hartstilstand herkend wordt, alarmering van de hulpdiensten, het vroeg opstarten van reanimatie en defibrillatie. Vervolgens is specialistische (post)reanimatiezorg van belang. Deze start in de ambulance en wordt voortgezet in het ziekenhuis. Vanuit het ROAZ Acute cardiologie wordt een onderzoek gestart om inzicht te krijgen in deze ‘keten van overleving’. Judith Bonnes, cardioloog in het Radboudumc, is initiatiefnemer van dit onderzoek.

 

Wat houdt het onderzoek in?

“Samen met Ron Pisters, cardioloog in het Rijnstate ziekenhuis, onderzoek ik de mogelijkheid om een gezamenlijke reanimatieregistratie van de grond te krijgen. Daarbij willen we starten met het vastleggen van prehospitale en hospitale gegevens die inzicht kunnen geven in de oorzaak van de hartstilstand en de uitkomst voor de patiënt kunnen voorspellen. Denk aan de reanimatieduur of het uitlezen van AED’s. Die AED is van belang om het begin-hartritme van de patiënt te kunnen achterhalen en het aantal toegediende shocks. Door zo’n registratie gezamenlijk op te pakken beschik je over grotere patiëntaantallen waarvan je kunt leren. In de toekomst zou er een landelijke registratie moeten komen, maar zover is het nog niet. Nu onderzoeken we eerst de haalbaarheid en opbrengst van de gezamenlijke registratie van het Radboudumc en Rijnstate én willen we nagaan of er interesse is om dit breder  op te pakken.”

 

Waarom is dit belangrijk? 

Judith: “Met de registratie willen we vooral inzicht krijgen in de kenmerken van de patiëntpopulatie en monitoren wat de uitkomsten van de behandeling zijn binnen die populatie. Zo komen we meer te weten over vroege voorspellers van de uitkomst van een reanimatie. Bijvoorbeeld hoeveel patiënten voldoen aan de ECPR-criteria. Op termijn kunnen we, wanneer we een nieuwe interventie gaan doen of wanneer de reanimatierichtlijnen veranderen, dankzij zo’n registratie ook het effect daarvan op de uitkomsten zien.”

 

Zijn er meer partijen uit de keten betrokken?

“Ons idee is om nu te beginnen met deze twee ziekenhuizen en dit uit te breiden met de ambulancezorg en de andere ziekenhuizen in de regio. Als we al een structuur hebben staan van hoe we het zouden willen, dan is het ook makkelijker om dit breder op te pakken. Vervolgens willen we ook de gegevens uit het ziekenhuis opnemen van ná de SEH. Zoals het verloop op de IC en de uitkomsten bij Neurologie. Samen kunnen we een uitgebreide database opbouwen.”

 

Hoe gaat het nu verder?

“We hebben een onderzoeksprotocol opgesteld waarover we in gesprek zijn met de Medisch Ethische Toetsings Commissie (METC). Omdat een deel van onze onderzoekspopulatie overleden is, willen we met de METC afstemmen hoe we deze patiënten privacy-technisch op mogen nemen in de registratie. Hopelijk kunnen we in het derde kwartaal van dit jaar starten met alle reanimaties die zich op de SEH van het Radboudumc en Rijnstate presenteren.”

 

Peter Damman, voorzitter ROAZ Acute cardiologie, beaamt het belang van dit onderzoek. “Dit regionale initiatief moet uiteindelijk samenkomen met initiatieven in andere regio’s tot een landelijke registratie.”

 

Contact