23 september 2021

Maak kennis met Jean Takken

In de rubriek ‘Maak kennis met’ spreken we met Jean Takken. Hij is sinds 2017 directeur van de  Coöperatie Integrale Huisartsenzorg Nijmegen e.o. (CIHN), dat sinds 1 januari 2021 gefuseerd is in NEO Huisartsenzorg, en lid van het bestuurlijk ROAZ.

 

Wat is je achtergrond?
“Ik ben opgeleid als econoom. Tijdens mijn studie ontdekte ik dat ik mijn kennis vooral in wilde zetten om iets goeds te doen voor de wereld en zo kwam ik in de zorgsector terecht. Ik heb gewerkt bij o.a. het ministerie van VWS, Artsen zonder grenzen, OLVG en Rijnstate.”

 

Wat is NEO Huisartsenzorg?
“NEO Huisartsenzorg is ontstaan uit een fusie van CIHN, LHV Huisartsenkring Nijmegen e.o. en Zorggroep Stielo. De fusie was belangrijk omdat de huisartsenzorg versnipperd is en het daardoor lastiger is om samen tot besluiten te komen. Nu is er één aanspreekpunt van en voor álle huisartsenzorg in de regio. We horen van ketenpartners dat ze dit fijn vinden.”

 

Je hebt ervaring in de eerstelijns- en de tweedelijnszorg. Wat valt je daarbij op?
“Een verschil tussen de eerste en tweede lijn is de schaalgrootte. In de eerste lijn is een zelfstandige huisartsenpraktijk één eenheid. Dat is een andere dynamiek dan de eenheid van één ziekenhuis met duizend(en) medewerkers. Voor zo’n grote groep kun je veel meer centraal organiseren. Nu we gefuseerd zijn, is voor de huisartsenzorg in onze regio ook meer mogelijk. Natuurlijk is dat anders dan in de tweede lijn, maar we kunnen wel leren van hun manier van organiseren.”

 

Hoe ervaar je de samenwerking in het ROAZ?
“Tijdens de Covid-crisis was ik namens de huisartsenzorg lid van het ad hoc dagelijks bestuur van het ROAZ. Corona heeft gezorgd voor een unieke kans om samen te werken. Dat we elkaar met een hoge frequentie spraken over een onderwerp dat ons allemaal aangaat, waarbij we hetzelfde gevoel van urgentie ervaren is bijzonder. Het heeft ook gebracht dat ik mijn collega’s van de huisartsenorganisaties uit Rivierenland, Gelderse Vallei Arnhem en Oude IJssel regelmatig spreek. De samenwerking in de regio is heel prettig en de sfeer is goed, zelfs in tijden van crisis.

 

Wat me is opgevallen is dat we als huisartsensector nog winst kunnen behalen als het gaat om data verzamelen en delen. Elke andere sector kan op basis van cijfers inzicht geven in de drukte. Voor de huisartsenzorg zijn actuele getallen over de dagzorg beperkt beschikbaar en baseer ik me grotendeels op wat ik hoor van huisartsen die ik dan toevallig spreek. Daar wil ik iets aan doen. Dat is ingewikkelder omdat we veel meer kleine partijen hebben in de huisartsenzorg. Ik wil zeker in tijden van crisis ‘gewoon’ antwoord kunnen geven op een vraag als: Hoeveel mensen in Acute Zorgregio Oost gebruiken nu zuurstof thuis?”

 

Hoe houden we de samenwerking in het ROAZ vast?
We hebben elkaar nu heel goed gevonden, dus de basis ligt er. Ik denk dat het belangrijk is om goed te kijken voor welke onderwerpen draagvlak is om als ROAZ samen te werken. Voor acute zorg werkt de regionale samenwerking op deze schaal heel goed en dan kun je geneigd zijn om dit breder te trekken. Maar geldt dat succes ook voor andere dingen, bijvoorbeeld preventie? Ieder onderwerp moet op de juiste schaalgrootte worden opgepakt. Als je samenwerking gaat oppakken op het verkeerde niveau, krijg je weerstand. Daar moeten we dus keuzes in maken, zodat er draagvlak blijft.

 

Verder denk ik dat we in Nederland moeten kijken naar regionalisering. NEO huisartsenzorg valt onder meerdere ROAZ’en. En in elke regio gelden andere afspraken. Dat helpt de samenwerking niet. Die indeling moet anders.

 

Genoeg te doen dus nog. Dat maakt mijn werk ook zo leuk: er is nog veel te verbeteren of te ontwikkelen.”