22 juni 2022

Maak kennis met Michael Edwards

In de rubriek ‘Maak kennis met’ spreken we met Michael Edwards. Hij is hoogleraar traumachirurgie in het Radboudumc in Nijmegen. Binnen het ROAZ is hij actief als voorzitter van het regionaal netwerk traumazorg.

 

Wat doet het traumazorgnetwerk?

“Met het traumazorgnetwerk willen we ervoor zorgen dat traumapatiënten de beste zorg ontvangen. Hiervoor werken de traumachirurgen van de zes ziekenhuizen in Acute Zorgregio Oost samen. We maken afspraken over hoe we deze zorg het beste in kunnen richten: welk soort letsel behandelen we op welke locatie? Daarbij zijn de richtlijnen van de Nederlandse Vereniging voor Traumachirurgie (NVT), de zogenaamde levelcriteria, leidend. Ook hebben we afgesproken dat we gegevens over traumapatiënten vastleggen in een regionale en landelijke traumaregistratie (LTR). Deze gebruiken we bijvoorbeeld voor casuïstiekoverleg met als doel de kwaliteit van de traumazorg te borgen en waar mogelijk te verbeteren. En tenslotte vervullen we een taak in het delen van kennis. Onder andere via ketenbijeenkomsten zoals ‘traumanights’.”

 

Wat levert de samenwerking in het netwerk op?

“Inzicht in gemaakte keuzes en wat dat betekent voor het resultaat van de verleende zorg. Zo zien we dat ieder ziekenhuis zijn eigen specialiteiten heeft. Als je iets vaker doet, word je er vanzelf beter in en dat geldt eveneens voor traumazorg. Dit zou kunnen pleiten voor concentratie van bepaalde zorg. Ook zien we dat de uitkomsten van zorg beter zijn wanneer de zwaarte van het letsel in eerste instantie te hoog wordt ingeschat in plaats van te laag. De ambulancedienst besluit dan om naar het Radboudumc te rijden, omdat dit een level 1-ziekenhuis is met de faciliteiten om de beste zorg te kunnen leveren voor de meest ernstig gewonde patiënten. Zelfs als dit een langere rit betekent, kan dit uiteindelijk beter zijn voor de patiënt.”

 

“Het is belangrijk om bij de analyses van geleverde zorg de ambulancediensten en vertegenwoordigers van het Mobiel Medisch Team (MMT) te betrekken, omdat zij prehospitaal moeten beslissen naar welk ziekenhuis een patiënt gebracht wordt. Wat we daarbij ook zien is dat de harde feiten van een ambulancerit niet altijd het hele verhaal vertellen. Op basis van die feiten was je misschien naar het level 1-traumacentrum gereden, maar als een ongeval op de parkeerplaats van het CWZ gebeurt, welke beslissing neem je dan?”

 

“Een mooi voorbeeld van hoe we in gezamenlijkheid de kwaliteit van zorg al verhogen is een beveiligde app waarin chirurgen van level 2- en 3-ziekenhuizen een actuele casus in kunnen brengen. Daar krijgen ze advies van de traumachirurgen vanuit het level 1-centrum over de behandeling. Zo krijgt de patiënt een behandeladvies van een heel team.”

 

Hoe is de samenwerking in het netwerk?

“Op inhoud zitten we met de traumachirurgen op één lijn. Zo vinden we allemaal dat multitraumapatiënten in het Radboudumc thuis horen. Maar we delen daarbij ook een zorg: als je de triagedrempel om naar het level 1-ziekenhuis te rijden te laag maakt, welke impact heeft dit dan voor de level 2- en 3-ziekenhuizen? En hoe is dat voor het Radboudumc? Daar moeten we het samen over hebben. Misschien zit de oplossing wel in méér samenwerking en moeten traumachirurgen uit het Radboudumc bijvoorbeeld een aantal maanden per jaar in een ander ziekenhuis in de regio werken, om zo de coherentie te versterken. Het is een lastig vraagstuk waar meerdere partijen en gremia bij betrokken zijn. Maar tegelijk ook een uitdaging die mijn werk leuk maakt.”

 

Welke ontwikkelingen spelen er binnen de traumazorg?

“We zien dat er steeds meer schaarste ontstaat van verpleegkundigen en artsen en het besef groeit dat we deze uitdaging als regio samen moeten aanpakken. We kunnen dit niet zonder elkaar. Hoe we dat gaan aanvliegen daar moeten we het gesprek over voeren. Daarnaast wil ik een speerpunt maken van preventie, want letsel voorkomen is nog altijd beter dan goede zorg leveren. Denk bijvoorbeeld aan het dragen van een fietshelm. Hiermee verklein je de kans op hoofd- en hersenletsel tijdens een ongeval. En hersenletsel is ook nog een soort letsel wat we niet kunnen herstellen.”

 

Wat vind je leuk aan je werk?

“In mijn vak zie ik patiënten die onverwacht acute zorg nodig hebben. Vaak waren ze kort vóór het ongeval nog gezond. Ik vind het een uitdaging om op zo’n moment te zorgen dat iemand weer zo goed mogelijk herstelt zoals diegene de dag ervoor nog was. En omdat we een level 1-traumacentrum zijn, krijgen we allerlei soorten traumapatiënten, dus ik zie ook nog eens allerlei soorten trauma’s. Zelfs als het ongeval niet goed afloopt voor de patiënt kun je soms iets betekenen. Dat geeft veel voldoening. Ik vind het een uitdaging om die zorg niet alleen in het Radboudumc te bieden, maar om die samen met de regio te organiseren. Zodat we uiteindelijk komen tot een duurzaam traumazorgaanbod ondanks de schaarste aan gespecialiseerd personeel van deze tijd.”