19 november 2020

Maak kennis met Patricia Esveld, bestuursvoorzitter Pro Persona en de Pompestichting

In de rubriek ‘Maak kennis met’ spreken we met Patricia Esveld. Ze is sinds 1 december 2019 bestuursvoorzitter bij Pro Persona en de Pompestichting.    

 

Wat wilde je als kind ‘later’ worden?

“Ik wilde secretaresse worden en dat ben ik ook twee jaar geweest en daarna wilde ik dat nóóit meer! Wat me aantrok was het organiseren en coördineren van dingen, het overzicht hebben en een directie ondersteunen bij het runnen van een bedrijf. Maar de ‘circle of influence’ was kleiner dan mijn ambities. Dat is één van de vele dingen die ik zo leuk vind aan mijn werk nu: dat je in de positie bent om ook écht dingen te veranderen. Door mensen met elkaar te verbinden en samen te werken met andere organisaties in de regio.”

 

Wat heb je in de tussentijd allemaal gedaan?

“Voordat ik bij Pro Persona en de Pompestichting begon, ben ik al twee keer bestuurder geweest. Vier jaar in de medisch specialistische revalidatie en acht jaar in de ouderenzorg. En ik heb twaalf jaar lang mijn eigen adviesbedrijf gehad waarbij ik veel opdrachten uitvoerde voor het Ministerie van VWS en voor verschillende zorgverzekeraars. Ervaring in de GGZ en het forensische veld had ik nog niet, maar ik breng de kennis uit alle verschillende sectoren waar ik gewerkt heb mee en pas die toe binnen de GGZ. Er zijn soms meer parallellen dan je op het eerste gezicht denkt. Zo ben ik ooit gestart bij de Koninklijke marine. Dat lijkt misschien een heel andere wereld, maar het gaat daar ook over samenwerken, over met schaarse mensen en middelen tóch een hoog kwalitatief product neer willen zetten en het is ook een maatschappelijk bedrijf. Net als Pro Persona.”

 

Je bent nu bijna een jaar bestuursvoorzitter bij ProPersona en de Pompestichting. Wat is je opgevallen?

“De breedte, de dynamiek en complexiteit van het werkveld. Dat geldt zowel voor wat we binnen Pro Persona en de Pompestichting allemaal doen, maar ook daar buiten, met welke partijen je allemaal te maken hebt. Daardoor heb ik veel respect voor onze medewerkers die in zo’n complex werkveld bewegen en zich inzetten om een kwetsbare doelgroep een waardevol en zinvol leven te geven. Die dynamiek en complexiteit passen bij mij. Het houdt me scherp, ik ben steeds aan het schakelen, continu in beweging. Soms vragen mensen als ik bij een nieuwe organisatie begin: Waar begin je aan? Maar ik houd ervan als er ook echt iets te doen en te bereiken is.”

 

Hoe heb je de samenwerking binnen het ROAZ ervaren?

“Door de coronacrisis heb ik veel samengewerkt binnen het ROAZ maar heb ik misschien nog niet de reguliere gang van zaken ervaren. Ik zie wel dat partijen elkaar vinden via het ROAZ en ik vind het mooi dat alle sectoren in onze ROAZ-regio aan tafel zitten. Ik heb nooit eerder aan een ROAZ deelgenomen, maar weet dat in sommige regio’s de VVT bijvoorbeeld niet deelneemt.

 

Ik kijk ernaar uit om binnen het ROAZ samen te bepalen wat we de komende jaren op onze agenda’s gaan zetten. Aan welke thema’s gaan we gezamenlijk werken? Zo zou ik het mooi vinden als we hoge prioriteit gaan geven aan de digitalisering binnen onze regio. Daarmee bedoel ik het uitwisselen van gegevens. Zodat alle medewerkers die met een cliënt werken ook echt het dossier kunnen inzien en dat je samen dossier kunt voeren. En ook bijvoorbeeld dat we kijken wat er mogelijk is met onze cliëntportalen. Elke organisatie is ermee bezig, maar vanuit het perspectief van de cliënt is het misschien wel fijn als alle portalen samenkomen. Één plek met al je gegevens.

 

Als we als ROAZ samen bepalen wat we belangrijk vinden, dan kunnen we daar prioriteit aan geven. Niet alles hoeft dan morgen af te zijn, maar als je dezelfde stip aan de horizon hebt, dan werk je naar hetzelfde doel toe. Dat is volgens mij de meerwaarde van een netwerk als het ROAZ.”

 

Is er iets van het afgelopen jaar waar je trots op bent?

“Net als elke bestuurder ben ik natuurlijk trots op hoe iedereen zijn schouders eronder heeft gezet tijdens de coronacrisis. Maar daarnaast zaten we ook nog midden in een reorganisatie waar eveneens hard aan gewerkt is. Én de zorg is doorgegaan. Natuurlijk piept en kraakt het bij Pro Persona ook qua werkdruk, maar ik heb het gevoel dat onze mensen weten hoe belangrijk het is om dingen anders te gaan doen. Iedereen is overtuigd dat het anders moet en ik zie dat die beweging ook energie begint te geven aan medewerkers.”

 

Wat gaat er veranderen?
“De twee belangrijkste ontwikkelingen zijn:

  • intern: planbare zorg gaan we anders organiseren
  • extern: het samenwerken voor spoedeisende en netwerkgerichte zorg in tijden van personeelsschaarste. De krapte op de arbeidsmarkt wordt de komende jaren alleen maar groter. Dus moeten we samen met regiopartners oplossingen bedenken zodat we toch zo goed mogelijk alle voorzieningen die we willen bieden in stand kunnen houden.

In de planbare zorg gaan we vanaf 1 januari echt anders werken. We gaan niet meer per stoornis een programma aanbieden aan een cliënt, maar we zullen één brede, generalistische intake doen waarbij we ook één totaal behandelprogramma zullen aanbieden dat beter is afgestemd op het totaalplaatje van de cliënt. We hebben een pilot hiermee gedaan in Ede met goede resultaten. De behandeling is meer maatwerk waardoor cliënten erg tevreden zijn. Ook voor de behandelaars is deze manier van werken prettiger. En de behandeltijd wordt korter. Dit is niet alleen fijn voor de cliënt zelf, het is ook goed voor de wachtlijsten binnen de GGZ.”

 

Heb je ook moeilijke keuzes moeten maken het afgelopen jaar?  

“Nee, omdat ik keuzes steeds samen met anderen kan maken voelen ze niet zwaar. Terwijl er keuzes zijn geweest die veel impact hadden. Zo moesten we tijdens de eerste golf beslissen om locaties voor bezoekers te sluiten en te stoppen met bepaalde activiteiten. Je weet dat je daarmee een groep kwetsbare cliënten misschien in de kou laat staan. Dus je zoekt samen naar alternatieven en weegt af wat de risico’s zijn. Als die risico’s nog veel groter zijn, dan kan ik volledig achter een moeilijke keuze staan. Dus ik kijk tevreden terug en met vertrouwen vooruit.”