29 mei 2020

Post-COVID behandelprogramma VVT

Post-COVID behandelprogramma VVT

De acute zorg voor COVID-patiënten loopt terug, maar een groot deel van de mensen die COVID-19 doormaakten wordt na de ziekte geconfronteerd met de gevolgen. Zowel van de ziekte zelf als van de behandeling. Bij VVT-instelling Vilente ontwikkelden ze voor deze groep patiënten in korte tijd een post-COVID behandelprogramma. Manager Behandeling, Transmurale zorg & Zorginnovatie Joeri van Kalleveen vertelt over het behandelprogramma én over de gang van zaken tijdens de afgelopen periode.

 

Waarom een specifiek behandelprogramma voor deze groep patiënten?
We zagen dat mensen die vrij van corona waren nog veel restklachten ondervonden. Denk aan een verlaagd inspanningsniveau, verminderde longfunctie, ondervoeding, cognitief en sociaal verstoord evenwicht, angst en depressie. We hebben ervaring met de behandeling van al deze klachten, maar omdat het een nieuwe ziekte is, weet je nog niet precies wat voor beloop je kunt verwachten. Bovendien lijkt dit bij voormalig COVID-patiënten erg divers te verlopen. Daarom hebben we op basis van beschikbare landelijke bronnen én onze eigen inzichten een behandelprogramma ontwikkeld. De zorg die we leveren is niet nieuw, maar het type patiënt wel.”

 

Wie gaat er werken met dit behandelprogramma?
“Binnen Vilente zijn alle reguliere disciplines betrokken bij de post-COVID zorg. Artsen, verpleegkundigen, diëtisten, fysio- en ergotherapeuten, psychologen en logopedisten. Het programma is gebaseerd op de kennis die tot nu toe beschikbaar is, maar zal in de komende periode aangescherpt worden wanneer er nieuwe inzichten bekend worden. We hebben zelf externe bronnen geraadpleegd om het programma op te stellen en anderen mogen ons programma ook gebruiken.”

 

Hoe is de coronacrisis verlopen bij Vilente?
“Het was al snel duidelijk dat er veel druk op de ziekenhuizen zou komen te liggen en dat we die wilden helpen verlagen. Maar het was ook onduidelijk wat er precies op ons af zou komen. In samenwerking met de VVT-aanbieders, huisartsen en het ziekenhuis is toen een plan gemaakt met een gefaseerde aanpak, waarbij we snel konden opschalen en de zorg flexibel organiseerden. Zo konden we op een verantwoorde wijze met beschikbare mensen en middelen omgaan.

 

Als eerste stap is locatie Mooiland ingericht als Corona Care Centrum (CCC). Mooiland is als locatie al ingericht om tijdelijke zorg te bieden aan kwetsbare ouderen gericht op behandeling, diagnostiek en advies. Hierdoor kon relatief eenvoudig de opvang van 10 patiënten gerealiseerd worden. Voor de opvang van coronapatiënten die ontslagen werden uit het ziekenhuis en nog zorg nodig hadden of voor coronapatiënten die vanuit de thuissituatie opgenomen moesten worden voor bijvoorbeeld een palliatief traject. We konden deze capaciteit opschalen tot 20 patiënten en hadden al plannen klaar liggen om op andere locaties in de regio opvang te regelen als dat nodig bleek te zijn. Gelukkig is het niet zover gekomen, het CCC is na de zorg voor 23 patiënten gesloten en de eerste (en hopelijk laatste) piek lijkt daarmee achter ons. Wél bieden wij het post-COVID behandelprogramma aan voor patiënten die herstellen na een besmetting met het coronavirus.’’

 

Hoe vonden medewerkers het om zorg te verlenen aan voor deze groep patiënten?
“We hebben onder ons personeel geïnventariseerd wie er op het CCC ingezet wilde worden. Binnen no-time hadden we hier voldoende vrijwilligers voor. Hoewel een spannende periode aanbrak was er sprake van ontzettend veel saamhorigheid én energie om dit aan te pakken. Een herkenbaar beeld is dat ook onze behandelaren soms werden overvallen door de snelheid en grilligheid waarmee dit virus toesloeg. Zo sprak één van onze specialisten met een patiënt over het terugkeren naar de thuissituatie en 2 uur later was deze specialist dezelfde patiënt aan het schouwen. Dat maakt natuurlijk wel indruk.”

 

Hoe verliep de samenwerking in de regio?
“Er is wekelijks een bestuurlijk overleg geweest tussen Ziekenhuis Gelderse Vallei, de Huisartsengroep Gelderse Vallei en de VVT-vertegenwoordigers vanuit het ROAZ. Daarin bespraken we hoe de situatie was op alle plekken: in de ziekenhuizen, het CCC, bij de huisartsen, de wijkverpleging en de intramurale zorg. Moesten we uitbreiden? Waren er ergens knelpunten? Wij hebben deze samenwerking als prettig ervaren. Ondanks alle misère die het coronavirus met zich meebracht, zijn wij er met elkaar in geslaagd om op regionaal niveau antwoord te kunnen blijven geven op een acute en onbekende zorgvraag.”

 

Hoe kijk je zelf terug op deze periode?
“De komst van het coronavirus heeft natuurlijk een hoop ellende met zich meegebracht. Maar het is ook een tijd van nieuwe inzichten en openbaringen waar wij als sector veel van kunnen leren. Wij kijken met een tevreden gevoel terug op de afgelopen periode en kijken met vertrouwen vooruit.

 

Ik ben trots op de wijze waarop Vilente erin is geslaagd om in deze hectische periode de rust te bewaren, zelf logisch na te blijven denken en onze eigen koers te varen. Hoewel landelijk bijvoorbeeld een crisis gaande was rondom de beschikbaarheid van persoonlijke beschermingsmiddelen hebben wij ter voorkoming van oneigenlijk gebruik eind februari al een centraal depot en uitgifte georganiseerd. Dit heeft ertoe geleid dat wij vrij snel op het ergste voorbereid waren en het goed hebben kunnen reguleren zonder dreigende tekorten. Óók het besluit om 16 maart onze deuren te sluiten voor bezoek (in tegenstelling tot de landelijke richtlijn waarbij bezoek per 21 maart niet meer toegestaan was) is iets waar wij met een goed gevoel op terugkijken. Wij denken zeker dat dit er voor een deel aan heeft bijgedragen dat Vilente tot op heden nog geen enkele coronabesmetting binnen haar 9 locaties heeft gehad.

 

Hoewel de publieke opinie of landelijke media soms anders doen laten vermoeden is er dus ook gewoon veel goed gegaan!”