19 april 2021

Wat levert de regionale samenwerking tussen ziekenhuizen op?

“Een ander ziekenhuis gaat het niet voor je oplossen, maar als we samenwerken is de oplossing wel dichterbij”. Tot die conclusie kwam Frank Lindhout in maart vorig jaar bij de start van de Covid-pandemie. Als manager acute zorg van Ziekenhuis Rivierenland in Tiel neemt hij sinds die tijd deel aan het tactisch overleg ziekenhuizen. Hierin stemmen de managers acute zorg van alle ziekenhuizen in Acute Zorgregio Oost wekelijks af over de samenwerking rondom Covid.

 

Hoe kwam het tactisch overleg ziekenhuizen tot stand?
“Begin 2020 werden we geconfronteerd met een nieuw ziektebeeld waar elk ziekenhuis capaciteit voor vrij moest maken en dat ging verder dan alleen maar klinische bedden. Het ging ook over beschermende middelen, deskundig personeel, medicijnen, enz. Daarnaast werd ook al snel duidelijk dat wij als regionaal ziekenhuis dit niet konden leveren zonder andere zorg af te schalen. ‘Hoe gaan andere ziekenhuizen hiermee om?’ vroegen we ons af. ‘Kan een groot ziekenhuis als het Radboudumc niet een Covid-afdeling openen?’ Verschillende opties kwamen aan de orde maar telkens kwamen we in Ziekenhuis Rivierenland tot dezelfde conclusie; als regio moesten we dit samen doen! We moesten allemaal reguliere zorg afschalen om de toestroom aan coronapatiënten het hoofd te bieden. We moesten het samen doen en sinds die tijd overleggen we wekelijks.

 

Vóór maart 2020 nam ik zelf geen deel aan het tactisch overleg ziekenhuizen en kende ik mijn collega’s van de andere ziekenhuizen in onze regio nauwelijks. Dat is nu wel anders. Elk overleg startten we met een rondje waarin iedereen kan aangeven waar hij/zij tegenaan loopt. En wat bleek? Iedereen had dezelfde uitdagingen. Door het te delen en samen oplossingen te bedenken ervaar je dat je er niet alleen voor staat.”

 

Wat levert dit op?
“Veel praktische oplossingen! Zo was er een tekort aan persoonlijke beschermingsmiddelen en aan bepaalde medicatie. Regionaal werd afgestemd welke voorraad er was en waar die het hardst nodig was en vervolgens werden de middelen verdeeld. Maar er werd ook centraal ingekocht. En we raadpleegden een microbioloog over wanneer welk mondmasker voldoende bescherming biedt. Niet elk ziekenhuis hoefde dit apart uit te zoeken. We hanteerden altijd één advies voor de hele regio, maar wel gebaseerd op de adviezen vanuit het RIVM. Ook het Regionaal Cöordinatiepunt Patiënten Spreiding (RCPS) werd opgericht waardoor de druk op de IC’s en binnen de klinieken verdeeld kon worden over de ziekenhuizen binnen de ROAZ-regio. Het is lastig om een IC-patiënt die al weken bij je ligt en met wie het IC-team een band heeft opgebouwd over te plaatsen, maar het was soms noodzakelijk om de kwaliteit van zorg te behouden.”

 

Moet deze samenwerking blijven ná Covid?
“Zeker weten! We hebben ervaren dat regionaal samenwerken meerwaarde heeft. Ook als Covid voorbij is. Dan kunnen we het hebben over wat we nog meer samen kunnen doen. Hoe zorgen we bijvoorbeeld dat huisartsen altijd een plekje vinden op de spoedeisende hulp (SEH) als de dichtstbijzijnde SEH het te druk heeft? Hoe verdelen we de zorg slimmer en efficiënter over de regio? Dat kan bijvoorbeeld door regionaal informatie te delen. Denk aan het Landelijk Platform Zorgcoördinatie. Applicaties die ervoor zorgen dat je live inzicht hebt in de werkdruk op de SEH’s. Ambulancediensten kunnen dit ook inzien en rijden de patiënt direct naar de juiste plek. Hier moeten we wel afspraken over maken. Hoe gaan we daarmee om? Dit overleg hoeft dan niet meer wekelijks, maar misschien eens per maand.”

 

Wat neem je hiervan mee ná Covid?
“Blijven overleggen met elkaar. De mensen die nu wekelijks met elkaar afstemmen hebben elkaar leren kennen, begrijpen elkaar en hebben allemaal hetzelfde doel voor ogen. Daar moeten we in investeren, want in deze groep zit natuurlijk verloop en eventuele nieuwkomers moeten we weer betrekken. Het digitaal vergaderen blijkt goed te werken en houden we ook zeker vast, maar met deze groep wil ik ook eens per kwartaal fysiek bij elkaar komen. We moeten het in de toekomst met steeds minder middelen en mensen doen. Dan is het belangrijk dat je energie steekt in slimme oplossingen die je alleen samen kunt bereiken. Dat helpt ook de energie erin te houden. Ten aanzien van de Covid mag het wat mij betreft nu wel klaar zijn, maar aan de andere kant; als we deze periode niet hadden gehad, hadden we nooit zo snel slagen kunnen maken in onze regionale samenwerking.”