Psychosociale zorg na complex trauma: inzichten uit de ketenavond over het Stintongeval

28 april 2026

Psychosociale zorg na een ingrijpend incident of ongeval is erg belangrijk. Niet alleen voor slachtoffers en naasten, maar ook voor de zorgverleners die betrokken zijn bij acute zorg en nazorg. De ketenavond van 11 maart liet dat op een indrukwekkende manier zien.

 

Aan de hand van de casus van het Stintongeval (Oss, 2018) werd voelbaar hoe diep een traumatische gebeurtenis ingrijpt in het leven van kinderen, ouders én zorgprofessionals. En hoe belangrijk het is dat we binnen de acute zorgketen oog houden voor de psychologische impact op al de betrokkenen en hoe we elkaar daarin  ondersteunen. De avond werd afgesloten door met de slachtoffers van dit ongeval in gesprek te gaan over hun ervaringen.

 

Het verhaal van Indy, overlevende van het Stint-ongeval, maakte iedereen stil 

Het meest indrukwekkende onderdeel van de avond was het gesprek met Indy, die het Stintongeval als kind overleefde. Toen zij aan het woord was, werd het muisstil in de zaal. Zorgprofessionals, die dagelijks met complexe en heftige situaties omgaan, waren zichtbaar geraakt.   

 

Indy bedankte de zorgverleners voor de zorg die zij en haar familie hebben ontvangen. Op de vraag wat haar geholpen heeft en wat niet, kwam vooral veel lof voor de duidelijke en heldere manier waarop met haar en haar familie gecommuniceerd werd: feitelijk, maar ook met begrip voor wat de familie moest doorstaan. Daarnaast waren ze erg dankbaar voor de begeleiding in het hele traject: van het ziekenhuis naar de revalidatiekliniek en van daaruit naar huis. Ze vertelde ook wat lastig was: een grote artsenronde waarbij veel zorgverleners lang naar haar been keken. Medisch gezien was haar casus interessant, maar voor een 11-jarig kind was deze interesse overweldigend en moeilijk te plaatsen. 

 

Sprekers uit de acute zorgketen 

Meerdere sprekers belichtten vanuit verschillende invalshoeken wat psychosociale ondersteuning kan betekenen en hoe we elkaar daarin kunnen ondersteunen. 

 

  • Lars Brouwers, (traumachirurg, Radboudumc) liet zien dat de kwaliteit van leven na complex trauma in de eerste maand sterk daalt. Maar ook dat het belangrijk is om de revalidatie voort te zetten tot zes maanden na het trauma, omdat er tussen de derde en zesde maand nog een cruciale verbetering van kwaliteit van leven plaatsvindt. 
  • Bart van Wijk, (chirurg i.o., Radboudumc) liet zien hoe de casus van het Stint-ongeval op de SEH binnenkwam, en dat voor de betrokken artsen pas later duidelijk werd hoe groot de omvang van het ongeval was. 
  • Ties Eikendal (SEH-arts en afdelingshoofd, Radboudumc) pleitte ervoor om psychosociale ondersteuning niet pas ná de eerste opvang te organiseren, maar direct op de SEH. Dat is de plek waar de behoefte ontstaat en waar we met elkaar het verschil kunnen maken 
  • Geestelijk verzorger Ruben van Weering (Radboudumc) benadrukte het belang van eerlijkheid, feitelijke uitleg en het bieden van regie aan naasten. Hij liet zien hoe verschillend mensen reageren op een traumatische gebeurtenis en hoe je daar als zorgverlener mee om kunt gaan: 
    • De ‘uithouder’: iemand die meteen gaat regelen en zich groot houdt. Benader zo iemand rustig en houd wat meer afstand, zodat het eigenproces niet verstoord wordt. 
    • De emotionele reactie: iemand wordt overspoeld door emoties. Een knuffel of hand op de schouder kan steun bieden, mits er toestemming is. Geef de persoon in kwestie ruimte en zorg waar mogelijk voor privacy, zodat iemand zich veilig genoeg voelt om zijn emoties te uiten.  
    • De ‘freeze’-reactie: iemand bevriest. Begin met oogcontact en eenvoudige vragen. Deze mensen worden vaak over het hoofd gezien, dus het is belangrijk om hen actief te benaderen en een vangnet voor hen te regelen. 
  • Klinisch psycholoog Nienke Maas (Radboudumc) liet zien hoe een stressvolle gebeurtenis invloed heeft op fysieke en psychische klachten, bij kinderen én ouders. Stressreacties kunnen maanden aanhouden, en trauma raakt soms ook aan oude wonden. 20–40% van de mensen die een complex trauma meemaken, ontwikkelt in het eerste jaar PTSS-klachten. 

 

Een terugkerende boodschap: traumazorg draait niet alleen om medische behandeling, maar óók om goede psychosociale ondersteuning.

 

Zorg voor elkaar 

Indy’s vader verwoordde het misschien wel het mooist: “Jullie zorgen heel goed voor ons, maar zorg ook goed voor elkaar.” Die oproep bleef hangen. Want ook zorgprofessionals worden geraakt. Het is belangrijk dat zij kunnen delen wat acute traumasituaties met hen doen en dat collega’s elkaar daarin ondersteunen.