Acute zorg voor patiënten met een dwarslaesie

29 mei 2024

Verslag ketenavond 15 mei 2024

 

De zorg voor patiënten met een (dreigende) dwarslaesie is complex. Prehospitaal is het nog onzeker wat de ernst van het mogelijke wervelletsel is. Daarnaast wil je als zorgverlener het letsel niet erger maken. Hoe behandel je een patiënt met wervelletsel op straat? Hoe verloopt de opvang op de IC? En welke soorten dwarslaesie bestaan er? Deze vragen werden behandeld op de ketenavond van 15 mei. 

 

Martin Pouw, orthopedisch chirurg bij het Radboudumc, opende als voorzitter de avond met een aantal cijfers over patiënten met wervelletsel in Acute Zorgregio Oost. Hieruit werd duidelijk dat de grootste groep patiënten met wervelletsel boven de 60 is, en dat dit elk jaar groeit mede vanwege de vergrijzing. 

 

Rollen, liggen of lopen

 

De eerste spreker was Rik Bobbink, ambulanceverpleegkundige bij RAV Gelderland-Midden. Aan de hand van een casus lichtte Rik toe welke stappen een ambulanceverpleegkundige doorloopt bij een melding van mogelijk wervelletsel. Op straat heb je te maken met de complexiteit van de zorgvraag, maar ook met omstandigheden zoals de aanwezigheid van omstanders, de gemoedstoestand van een patiënt of bijvoorbeeld een taalbarrière. Deze situationele omstandigheden kunnen extra druk uitoefenen op het werk van een ambulancemedewerker. 

 

Aan de hand van het Landelijk Protocol Ambulancezorg (LPA9), dat geraadpleegd kan worden via de LPA9-app, kan de ambulanceverpleegkundige bij patiënten met een mogelijke dwarslaesie effectief de zorg leveren die op dat moment nodig is Indien er risicofactoren voor wervelletsel aanwezig zijn (zoals pijn of neurologische uitval) is immobilisatie van de wervelkolom daarnaast erg belangrijk. Daarbij moet ook gelet worden op de veiligheid van de patiënt, zorgverlener en omstanders. Rik vertelde dat naast de LPA9 ook de Trauma Triage App landelijk beschikbaar wordt in januari 2025. Bij verdenking van ernstig (multi)trauma zoals dwarslaesies kan de ambulanceverpleegkundige deze raadplegen en besluiten naar welk ziekenhuis gereden moet worden.  

 

Rik benadrukte tijdens zijn presentatie dat de zorg die geboden wordt bij deze groep per patiënt kan verschillen. Zo kan er bij verdenking van wervelletsel voor het immobiliseren met een logrol, wervelplank of traumamatras worden gewerkt, terwijl andere patiënten zelf in staat zijn naar de ambulance te lopen. Eigen interpretatie van de situatie en logisch nadenken is dus altijd belangrijk voor het ambulancepersoneel.  

 

Bekijk de presentatie van Rik Bobbink over prehospitale zorg voor patiënten met een dreigende dwarslaesie.

 

Een complex proces

 

Na Rik sprak Jan Pouwels, neural practitioner en IC verpleegkundige bij het Radboudumc, over de zorg die aan patiënten met een hoge dwarslaesie wordt geboden op de IC. De complexe zorgvraag bij deze patiënten, met bijvoorbeeld respiratoire insufficiëntie en hemodynamische instabiliteit, vereist intensieve zorg. In het Radboudumc worden jaarlijks ongeveer tien patiënten met een dergelijke zorgvraag opgenomen. Door de beperkte routine is een goed protocol daarom essentieel. Het doel op de IC is om secundaire schade te voorkomen en de perfusie van het ruggenmerg te bewaken. Revalidatie en mobilisatie begint al op dag 1 en dit beïnvloedt de uitkomst van behandeling en daarmee de uiteindelijke zelfstandigheid van de patiënt. 

 

Een van de uitdagingen op de IC is ook de psychosociale ondersteuning en rouwverwerking waar de patiënt en naasten mee te maken krijgen. Op de IC is het daarom belangrijk om gedrag te observeren en begrip te tonen voor angst en emoties. De conclusie van Jan was dan ook dat een multidisciplinaire benadering op de IC cruciaal is voor het herstel en toekomstperspectief van de patiënt. 

 

Naar aanleiding van de presentaties van Rik en Jan kwam er een discussie vanuit de zaal tot stand over het wel of niet immobiliseren en op welke manier, en de keuze voor het wel of niet opereren. Wat is het beste voor de patiënt? Daarnaast bleek er een klein verschil in beleid te zijn tussen de ziekenhuizen en ambulancediensten in het wel of niet ophogen van de bloeddruk.  Wat meespeelt is het feit dat ambulancediensten minder middelen tot hun beschikking hebben dan IC’s, wat uitdagingen kan creëren bij het stabiliseren van patiënten. Jan en Rik bevestigden dit en benadrukten dat door goede afstemming tussen de verschillende ketenpartners de dwarslaesie patiënt altijd de juiste zorg op de juiste plek krijgt. 

 

Bekijk de presentatie van Jan Pouwels over intensieve zorg voor patiënten met een hoge dwarslaesie.

 

De lage dwarslaesie: conus en/of cauda 

 

De laatste presentatie van Eveline Brouwers, physician assistant bij het Radboudumc, ging over verschillende soorten dwarslaesies en hun oorzaken, zoals infecties, veroudering, problemen met bloedvaten en ongelukken. Elk jaar krijgen ongeveer 400 mensen in Nederland een dwarslaesie, waarvan de helft door trauma. De ernst van de uitval en daarmee de diagnose hangen af van de plaats (op welke hoogte) van het ruggenmerg waar het letsel heeft plaatsgevonden.  

 

Eveline ontwikkelde voor haar promotieonderzoek een classificatiesysteem om beter onderscheid te kunnen maken tussen letsel aan de conus medullaris en de cauda equina. Uit haar onderzoek bleek dat patiënten met letsel aan de cauda equina beter herstellen dan die met conus medullaris letsel. Voor patiënten uit beide groepen is revalidatie uiterst belangrijk, waarbij rekening wordt gehouden met zowel fysieke problemen, zoals incontinentie en seksuele problemen, en psychosociale ondersteuning. Een ander deel van Evelines onderzoek gaat over het meten van de kwaliteit van leven (fysieke en emotionele gezondheid) van patiënten met een dwarslaesie, omdat de kennis over het psychosociale aspect nog erg beperkt is en de huidige vragenlijsten hierin tekortschieten. Daarom heeft Eveline heeft een nieuwe vragenlijst geformuleerd en wil deze onder de Nederlandse dwarslaesie patiënten gaan inzetten. 

 

Eveline sloot haar presentatie af met de boodschap dat zelfs milde dwarslaesies grote gevolgen kunnen hebben voor het dagelijkse leven en dat gespecialiseerde zorg altijd nodig is, inclusief psychologische begeleiding. De focus moet dus niet alleen liggen op het fysieke herstel. 

 

Bekijk de presentatie van Eveline Brouwers over conus-/caudaletsel.

 

We bedanken de voorzitter Martin Pouw, de sprekers en de deelnemers voor hun bijdrage aan deze ketenavond.